Steeds vaker zoeken ondernemers elkaar (online én offline) op. Dat gebeurt ook met franchiseconcepten. Wat zijn de regels voor een franchise binnen een franchise? “Pas bij de aankoopbevestiging wordt duidelijk van wie u heeft gekocht. En dat is te laat..”
De systematiek van het exploiteren van een winkel binnen de muren van een andere winkel of ondernemingsruimte, wordt door steeds meer formules gebruikt. Zo geeft V&D ruimte aan Esprit, geeft Dixons ruimte aan t-for-telecom en werken binnen Loods 5 meerdere zelfstandige ondernemers in één ruimte samen aan de exploitatie van hun producten. Een shop-in-shop concept is in een aantal gevallen de oplossing voor het tekort aan geschikte winkellocaties. Soms komt het concept voort uit de creativiteit van samenwerkende, elkaar versterkende, formules. In een aantal andere gevallen is het een aanvulling op het eigen assortiment en soms wordt het gezien als een totaalconcept, zoals in het geval van Loods 5. In alle gevallen is flexibiliteit en vrijheid voor de betrokken partijen een vereiste. Het is dan wel zaak om de juridische structuur van het shop-in-shop concept en de vereisten van de onderlinge samenwerking goed vast te leggen in een passende overeenkomst. Hierbij spelen meerdere kwesties een rol.
Huurregime
Een van de meest gehoorde beperkende factoren is het wettelijke huurregime. Dit kan in de weg staan aan de flexibiliteit en contractsvrijheid van de betrokken partijen. Vooral de verhuurder van een ruimte kan verplicht zijn zich te houden aan bepaalde regels van dat wettelijke regime. Neem als voorbeeld de minimale huurtermijn van tien jaren. Afwijkende afspraken ten nadele van de huurder zijn nietig, tenzij de rechter toestemming geeft voor die afwijking. Die toestemming geeft hij niet snel. Zij is afhankelijk van onder andere de maatschappelijke positie van de huurder in vergelijking met de verhuurder. Hoe groter de economische machtspositie van huurder ten opzichte van verhuurder, hoe minder hij bescherming behoeft.
Merkinbreuk
Ook auteursrechtinbreuken en merkinbreuken kunnen een rol spelen. Wat gebeurt er als een shop-in-shop exploitant inbreuk maakt op bijvoorbeeld de auteursrechten van een derde? Kan de eigenaar van de exploitatieruimte daar dan voor aansprakelijk worden gehouden? Het antwoord is ja. De verhuurder heeft een eigen verantwoordelijkheid ten opzichte van derden. Van hem kan worden gevraagd dat hij optreedt tegen inbreukmakende activiteiten door zijn onderhuurder. Ook als hij zelf geen betrokkenheid heeft gehad bij de inbreukmakende acties.
Shop-in-shop
Bij een shop-in-shop concept spelen uiteraard ook de afspraken met toeleveranciers, franchisenemers, en franchisegever een rol. Deze afspraken kunnen vrijheid geven of juist beperken in mogelijkheden. Ten slotte spelen allerhande arbeidsrechtelijke en bestuursrechtelijke vragen, zoals: is er sprake van overgang van onderneming” en “wat zegt het ter plekke geldende bestemmingsplan”.
Sorbo
Er zijn twee varianten van een shop-in-shop te onderscheiden. Wie wel eens espressocups heeft gekocht bij De Bijenkorf (Nespresso) of douchegel bij V&D (Sephora) heeft te maken gehad met een duidelijk afgescheiden hoek, een aparte kassa en duidelijk herkenbare medewerkers. Zonder de deur uit te gaan, betreedt de klant dan even een andere winkel. Dit is de pure variant. Soms merkt de consument nauwelijks dat er sprake is van een subwinkel. De verschillen met het eigen assortiment blijven dan beperkt tot bijvoorbeeld de wijze van inkoop of etaleren. Denk bijvoorbeeld aan de Sorbohoek in menig supermarkt; de hybride variant.
Webshop-in-webshop
De shop-in-shop heeft ook zijn intrede gedaan in de online wereld: de ‘webshop-in-webshop’ is een feit. Hybride varianten hiervan bestaan al enige tijd. Zo vul je op Wehkamp.nl je digitale winkelmandje met boxershorts van C&A en jurkjes van Miss Etam. Die reken je gelijktijdig af met de andere spullen die je op de site hebt verzameld. Otto.nl lijkt een meer pure variant te proberen. Vooralsnog bij wijze van test, biedt zij online onderdak aan VillaVino en The Phone House. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten; Otto.nl kan een breder assortiment aanbieden, terwijl de twee ‘onderhuurders’ profiteren van de bezoekersaantallen van Otto.nl.
Consumentenbescherming
Ook webwinkeliers hebben zich te houden aan bovenstaande regels. Daarnaast gelden nog een aantal specifieke regels. Deze regels zijn vooral gericht op consumentenbescherming. Er bestaan regels over bedenktermijnen en productomschrijvingen. De wet schrijft ook voor dat een webwinkelier zijn identiteit op duidelijke wijze bekend maakt. De consument moet weten met wie hij te maken heeft. Deze laatste eis zou wel eens problemen op kunnen leveren bij de online shop-in-shop. Bij fysieke winkels is al niet altijd duidelijk van wie je het product nu exact koopt. Bij webshops is dit niet anders.
Wie is de verkoper?
Wie een willekeurige proef neemt, constateert dat het bij menig bestelproces onduidelijk is met wie zaken wordt gedaan. Vaak wijst alles erop dat zaken wordt gedaan met de eigenaar van het internetdomein. Denk daarbij aan de gehele look and feel, afbeeldingen, logo’s en keuzemenu’s. Vaak staat zelfs onderaan de pagina een link staat naar de algemene voorwaarden van die domeineigenaar. Ook halverwege het bestelproces is er nog weinig duidelijkheid. Pas bij de bevestiging via email wordt duidelijk van wie men heeft gekocht. En dat is te laat...
mr. Esther Brons-Stikkelbroeck (Dijkstra Voermans Advocatuur & Notariaat)

